all safety


rental ● services ● supply

BESCHERMENDE KLEDING VEILIGHEIDSKUNDE

INLOGGEN
Log in op de oude website


Dient afdoende bescherming te geven tegen risico’s, tegen gevaar en kans op letsel dat vanuit het werk kan ontstaan. Kleding moet goed passen, comfortabel aanvoelen en voldoende beweeglijkheid bieden. Uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) moet blijken welke selectie-normeis(en) en welk beschermingsniveau gekozen is. Op basis hiervan kunnen dan zowel vaste- als ingehuurde werknemers goed worden geïnformeerd over het gebruik van PBM’s.

Volgens de Europese Richtlijnen 89/686, 89/391, 89/656 en CEN/TR 15321:2006 moeten:

  1. Producenten/ fabrikanten van beschermde kleding voldoen aan de certificering van de veiligheid- en gezondheidseisen conform de Europese richtlijnen.
  2. Werkgevers zorgen dat de juiste beschermende werkkleding wordt gekozen, zorgdragen voor een juist gebruik en goed onderhoud. Opslag en vervanging moeten geregeld zijn en de kleding moet op een juiste wijze, volgens voorschrift van de fabrikant gereinigd worden.

Het beschikbaar stellen van beschermende kleding betreft meer dan alleen maar het aankopen van de producten. De Europese richtlijn verantwoordelijkheden benoemen het geheel aan verplichtingen die binnen het arbeidsomstandighedenbeleid van de onderneming een praktische, doelmatige en eenvoudige invulling moeten krijgen. Daarom is het belangrijk dat beschermende kleding in een systeem is opgenomen en de leverancier de centrale afstemming heeft waardoor de continuïteit van de beschikbaarheid van de kleding is geborgd. Het gaat hierbij om de volgende afstemming:

  • Uitgaan van de genoemde risico’s in de RI&E (informatie die vooraf is gecommuniceerd).
  • Het vaststellen welke normen bescherming kunnen bieden op de vastgestelde risico’s.
  • Vaststellen welk beschermingsniveau vanuit deze normen de beste keus kan zijn.
  • Toelichting op etikettering (label) en inhoud gebruiksaanwijzing.
  • Voorlichting bieden en eventueel instructie te geven.
  • Keten afstemmen m.b.t. de beschikbaarheid (logistiek), reiniging, onderhoud, reparatie, opslag en afvalbeheer van de beschermende kleding.

Verder dient een klachtenregeling beschikbaar te zijn om verbetering(en) door te kunnen voeren indien een product, dienstverlening of service niet de vereiste en de gewenste kwaliteit bereikt.

All Safety is een leverancier die deze expertise in huis heeft en zorgt dat de centrale afstemming, communicatie en afspraken met alle partijen dagelijks tot tevredenheid wordt uitgevoerd.

Voor beschermende kleding geldt altijd een certificering (certificaat) voor zowel de stof als voor het gehele kledingproduct. De afstemming op de juiste norm begint bij de basis door de keuze van de juiste soort stof.

Onderhoud van werkkleding is belangrijk om de beschermende werking in stand te houden.  Werkkleding moet industrieel gewassen worden om:  er zeker van te zijn dat het schoon is, de beschermende eigenschappen behouden blijven, geen producten vanuit het werk thuis in de wasmachine terechtkomen en het onderhoud, vervanging correct en tijdig wordt uitgevoerd.

Voor reparaties en herstel dient men het materiaal van de fabrikant te gebruiken. Door minimaal 2 sets werkkleding per werknemer in te zetten kan de continuïteit van de beschikbaarheid goed afgestemd blijven.  Een wasregistratie biedt overzicht of alle uitgegeven werkkleding ook regelmatig wordt aangeboden. Belangrijk ook voor werkkleding waarbij een vlamwerende finish wordt toegepast (verliest bij 50 wasbeurten zijn vlamvertragende eigenschap). Deze wasbehandeling is niet nodig voor stoffen die van zichzelf (inherent) al vlamvertragend zijn.

Aan de binnenkant van iedere werkkleding is door de fabrikant een etiket/label aangebracht waarop de norm (en) en pictogram(men) en de CE markering zijn te lezen. Bij ieder product wordt standaard een gebruiksaanwijzing meegeleverd. De werknemer kan dus zelf controleren en beoordelen of zijn of haar werkkleding:  aan de vereiste normen en beschermingsniveaus voldoet in lijn met het werk wat je doet en in overeenstemming is met wat in de RI&E vanuit je eigen organisatie hierover is aangegeven.  De preventiefunctionaris kan tijdens voorlichting en instructie m.b.t. PBM’s  dit ook communiceren. De werkgever kan toezicht houden door klantevaluaties uit te voeren en constateren of contractuele afspraken worden nagekomen.

Technieken kunnen veranderen. Dat geldt ook voor normen. Iedere vijf jaar worden normen opnieuw beoordeeld. Wanneer de EU de Europese Normalisatie Instituten opdracht geeft om een norm te maken en binnen de norm overeenstemming wordt bereikt over de fundamentele veiligheidseisen conform de EU Richtlijn, dan spreken van een geharmoniseerde norm. Certificerende instellingen (Notified body) toetsen en meten langs deze norm conform de Europese Richtlijn. Op het gebied van beschermende kleding bieden Europese normen bescherming tegen een of meerdere risico’s.

Beschermende kleding: EN ISO 13688 (voorheen EN340) norm, de algemene eisen die gesteld worden aan werkkleding gaan over zuiverheid van materiaal, pasvorm, maatvoering, draagcomfort, kleurechtheid, behoud van eigenschappen, maataanduiding, etikettering, onderhoud, reiniging, krimp en gebruikerinstructies. Bij het werken aan machines met draaiende delen (o.a draaibanken) is men verplicht om een katoenen werkoverall te dragen.  Dit omdat het materiaal (stof-stiknaden) moet kunnen scheuren indien men gegrepen wordt of klem met de kleding komt te zitten door een draaiend element. Mouwen moeten dus goed aansluiten tijdens het werk (toepassing klittenband).

Vlamvertragend: de EN ISO 11612 norm, biedt bescherming tegen hitte en vlammen (voorheen de oude norm EN531). Deze norm geldt niet voor lassers en brandweermensen. Een letteraanduiding A/t/m F onder het pictogram geeft het beschermingsniveau van de stof aan. Het getal per beschermingsniveau geeft het prestatieniveau (mate van bescherming ) aan. Voor vermelding van het prestatieniveau (A t/m F ) moet minimaal niveau 1 behaald zijn. Voor B t/m F bestaan meerdere prestatieniveaus Hoe hoger het getal hoe beter. Tevens zijn er binnen deze norm algemene eisen aan het ontwerp van de beschermende kleding gesteld. Met name de overlap van stof denk hierbij aan. bukken, overlap van kleding over de veiligheidsschoen, flap over de zakken, het juiste materiaal gebruik voor de fournituren, goede afsluiting halsopening, knoopafstanden op maximaal 15 cm en  goed werkende sluitingen om de kleding in geval van nood eenvoudig en snel te kunnen uittrekken.

Antistatisch: de EN 1149 norm, voorkomt opbouw van elektrostatische lading waardoor de kans op vonken en explosie wordt voorkomen. Naast deze norm is tevens de vlam vertragend werking vereist (EN ISO 11612 ) en dienen veiligheidsschoenen (EN ISO 20345) gedragen te worden. Bedrijven die beschermende kleding inzetten, gecertificeerd volgens EN 1149-5, voldoen tevens aan de ATEX richtlijn. (Bedrijven met risico op explosiegevaar, o.a. in de petrochemie). Voor de werking dient de antistatische eigenschap altijd als buitenste laag gedragen te worden.

Chemicaliën beperkte bescherming: de EN 13034-type 6 norm, biedt beperkte bescherming tegen lichte nevel en kleine spatten van vloeibare chemicaliën. Deze bescherming is niet geschikt indien volledige bescherming wordt vereist. De kleding wordt met fluor carbon gewassen (finish), teneinde een afstotend effect te creëren tegen het indringen van vloeistoffen. Dit moet bij iedere wasbeurt herhaald worden. Bekend is dat deze finish geen bescherming biedt tegen oplosmiddelen. Vervuilde of besmette kleding dient men altijd per omgaande te vervangen.

Elektrische vlamboog: de EN IEC 61482-norm, biedt bescherming tegen de thermische gevaren en gevolgen van een elektrische vlamboog (kleding is tevens vlamwerend). De toepassing van deze norm is bedoeld voor elektrisch en instrumentatie werknemers. Werkkleding heeft standaard alle fournituren van kunststof (rits-knopen). Er zijn 2 klassen en tevens op etiket /label wordt de geteste ATPV* waarde aangegeven. *(ATPV: Arc Thermal Performance Value: norm wordt toegepast in de USA, Canada en EU).

Laskleding: de EN ISO 11611 norm, biedt bescherming tijdens het lassen tegen kleine metaalspatten, vlammen, vonken, Uv-licht, Infra Rood-straling. Laskleding geeft geen bescherming tegen elektrocutie en chemicaliën. De beschermende kleding moet in principe acht uur gedragen kunnen worden. Laskleding dient tevens vlamvertragende werking te hebben en in de registratie van bewassing (max 50x) te zijn opgenomen. Ook hier moet men alert blijven op vervuiling van kleding zodat de vlamvertragende eigenschap goed blijft werken.

Hoge zichtbaarheid (High Visibility (Hi-Vis): de EN ISO 20471 norm, voor professioneel gebruik, zorgt voor een verhoogde zichtbaarheid. De reflecterende strepen zijn op jas en broek volgens vastgestelde regels aangebracht. De extra maximale zichtbaarheid wordt verkregen overdag door fluoriserende stofkleuren, in geel, oranje of rood en ’s nachts door de weerkaatsing van reflecterende strepen. Rijkswaterstaat (RWS) hanteert eigen voorschriften (standaard klasse 3 voor stof en reflectie, toepassing kleur oranje voor verkeer en geel voor spoorwerkers). De stof HiVis in werkkleding (EN ISO 20471) kent 3 klassen. Binnen de industrie is klasse 2 een goede veilige keus. 

In de praktijk zijn vaak meerdere normen van toepassing. Belangrijk blijft om een goed overzicht per norm te hebben om de juiste bescherming te kunnen aanwenden. Een goed georganiseerde keten biedt kwaliteit en de vereiste veiligheid die beschermende kleding in het werk moet kunnen bieden.

All Safety monitort deze keten en adviseert en ondersteunt hierin alle partijen mede in lijn met wat de EU Richtlijnen hierover aangeven.