KENNISBANK
Adembescherming
Adembescherming is een persoonlijk beschermingsmiddel (PBM) dat bedoeld is om veilig te kunnen ademen wanneer de lucht op de werkplek schadelijke stoffen bevat. Het doel is dat alleen gezonde lucht wordt ingeademd.
Volgens de Europese PBM-verordening (EU) 2016/425 valt adembescherming onder categorie III, de hoogste risicoklasse. Dit betekent dat strenge eisen gelden voor certificering, productcontrole en correct gebruik. Een juiste selectie en goed gebruik zijn essentieel om ernstig letsel te voorkomen.

Wanneer is adembescherming nodig?
Normale lucht bestaat uit ongeveer 21% zuurstof. Adembescherming is nodig wanneer andere maatregelen, zoals bronaanpak of ventilatie, onvoldoende bescherming bieden.
Zolang blootstelling aan gevaarlijke stoffen onder de geldende grenswaarden blijft, is adembescherming niet verplicht. Overschrijding van deze waarden betekent dat aanvullende maatregelen nodig zijn.
Grenswaarden worden meestal bepaald over een werkdag van acht uur en uitgedrukt in ppm, mg/m³ of v/m³.
RI&E en arbeidshygiënische aanpak
De noodzaak voor adembescherming volgt altijd uit de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Organisaties waar gewerkt wordt met chemische, biologische of fysische stoffen moeten beschikken over een arbeidshygiënisch programma.
Dit programma omvat:
- Metingen en beoordelingen van blootstelling
- Vastlegging van maatregelen volgens de arbeidshygiënische strategie
- Een actuele lijst van gebruikte stoffen met veiligheidsinformatie
De inzet van adembescherming wordt vastgelegd in het plan van aanpak. Vaak controleert een preventiemedewerker of veiligheidskundige vooraf of het gekozen middel voldoende bescherming biedt.
Afhankelijke en onafhankelijke adembescherming
Adembescherming wordt onderverdeeld in twee hoofdgroepen.
Afhankelijke adembescherming
Bij afhankelijke adembescherming wordt de omgevingslucht gefilterd. Dit gebeurt met maskers en filters die stofdeeltjes, gassen of dampen tegenhouden. De bescherming is afhankelijk van:
- Het type filter
- De pasvorm van het masker
- De concentratie van de verontreiniging
Deze middelen zijn geschikt zolang voldoende zuurstof aanwezig is en de concentraties bekend en beheersbaar zijn.
Onafhankelijke adembescherming
Bij onafhankelijke adembescherming wordt schone lucht aangevoerd vanuit persluchtflessen of een compressor. De gebruiker ademt dus geen omgevingslucht in.
Deze vorm is verplicht bij:
- Minder dan 19% zuurstof
- Onbekende of hoge concentraties gevaarlijke stoffen
- Besloten ruimten
- Situaties zoals asbest of rioollucht
Onafhankelijke systemen bieden een zeer hoge bescherming, maar de gebruiksduur is beperkt door de beschikbare ademlucht.
Typen adembeschermingsmiddelen
Stofmaskers (FFP)
Stofmaskers zijn bedoeld voor eenmalig of beperkt gebruik en bedekken neus, mond en kin.
- FFP1: lichte stofbelasting
- FFP2: schadelijk fijnstof
- FFP3: giftig fijnstof, hoogste bescherming
Extra markeringen geven aan of het masker een ventiel heeft of herbruikbaar is.
Halfgelaatsmaskers
Een halfgelaatsmasker bedekt neus, mond en kin en werkt met verwisselbare filters. Modellen met twee filters hebben vaak een lagere ademweerstand.
Deze maskers beschermen tegen stof, gassen en dampen. Let op mogelijke huidreacties en kies zo nodig voor hypoallergeen of siliconenmateriaal.
Volgelaatsmaskers
Een volgelaatsmasker bedekt ook de ogen en biedt daardoor een hogere bescherming. Ze zijn voorzien van een spreekmembraan voor communicatie.
Volgelaatsmaskers kunnen worden gebruikt met:
- Filters
- Ademluchttoestellen
- Ademluchtleidingnetten
De gebruiksduur hangt af van de verontreiniging en de filterbelasting.
Filters en combinatiefilters
Gas- en deeltjesfilters
Gasfilters vangen gassen en dampen af en worden gecombineerd met deeltjesfilters (P1, P2 of P3). Hoe hoger de filterklasse, hoe groter de beschermingscapaciteit.
Filters worden gecodeerd volgens EN 14387, met kleur- en letteraanduidingen voor specifieke stoffen.
Combinatiefilters
Combinatiefilters worden gebruikt wanneer zowel stof als gassen aanwezig zijn, zoals ABEK-filters. Deze filters hebben een beperkte gebruiksduur en mogen niet onbeperkt worden hergebruikt.
Speciale filters bestaan voor specifieke stoffen zoals kwik, koolmonoxide of radioactief jodium. Bij geur of smaak van verontreiniging moet het filter direct worden vervangen.
Motor-aangedreven adembescherming
Bij motor-aangedreven systemen wordt gefilterde lucht actief toegevoerd naar een masker, kap of helm. Dit verlaagt de ademweerstand en verhoogt het comfort.
Deze systemen worden veel gebruikt in omgevingen met hoge stofbelasting of langdurige werkzaamheden.
Pasvorm en fit-testen
Een goede pasvorm is cruciaal. Voor gebruik moet altijd worden gecontroleerd of het masker schoon en onbeschadigd is en goed afsluit.
Gezichtsbeharing kan de afdichting verstoren en is daarom niet toegestaan bij strak aansluitende maskers. In risicovolle toepassingen wordt een Face Fit Test uitgevoerd om lekkage en bescherming te beoordelen.
Onderhoud en opslag
Adembeschermingsmiddelen moeten volgens vaste procedures worden:
- Gereinigd en gedesinfecteerd
- Gedroogd en getest
- Correct opgeslagen en gelabeld
Gebruikte filters en maskers worden ingezameld als chemisch afval. Goede instructie over onderhoud en opslag is essentieel om veilig gebruik te borgen.
Goed werkgeverschap
Goed werkgeverschap betekent zorgen voor veilige werkomstandigheden én voor de gezondheid van werknemers. Werkgevers kunnen medische geschiktheid keuringen aanbieden om te beoordelen of iemand veilig met adembescherming kan werken.
Voor sommige functies, zoals bij de brandweer, zijn deze keuringen wettelijk verplicht. In alle gevallen moeten risico’s en bijbehorende PBM duidelijk zijn vastgelegd in de RI&E.
Samenhang en borging
Effectieve adembescherming vraagt om samenwerking tussen werkgever, preventiemedewerker, arbodienst, leverancier en gebruiker. Van metingen en selectie tot instructie, toezicht en periodieke evaluatie.
Door deze keten goed te organiseren, blijft de bescherming betrouwbaar en wordt het risico op gezondheidsschade aantoonbaar verkleind.