Persoonlijk adviesPersoonlijk advies
Ruim assortimentRuim assortiment
Bel met een adviseur op 088-7771400Bel met een adviseur op 088-7771400
ATEX PBM All Safety

27-07-2026, Kees de Vliegh

Veilig werken in ATEX-zones: wat heb je nodig?

Werken in ATEX-zones vraagt om méér dan alleen “explosieveilige” apparatuur. Het gaat om het beheersen van ontstekingsbronnen, het correct indelen van zones, het kiezen van passende persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) en het borgen van gedrag, onderhoud en toezicht. In dit artikel zetten we helder uiteen wat ATEX-zones zijn, welke PBM’s je in de praktijk nodig hebt, welke normen en markeringen relevant zijn en welke valkuilen je absoluut wilt vermijden. Zo maak je de stap van regelgeving naar werkbare veiligheid op de werkvloer.

Belangrijk om direct helder te hebben: ATEX op de werkvloer draait om (1) ATEX 153 (1999/92/EG) voor veilig werken, (2) ATEX 114 (2014/34/EU) voor Ex-apparatuur, (3) de Nederlandse vertaling in de Arbowet / Arbobesluit en (4) PBM-eisen uit de PBM-verordening (EU) 2016/425. Hieronder linken we steeds naar de officiële wetteksten en toezichthouders, zodat je keuzes aantoonbaar onderbouwd zijn.



Wat zijn ATEX-zones en waarom is explosieveiligheid belangrijk?

ATEX is een verzamelnaam voor Europese regels rond explosieve atmosferen. In de praktijk kom je twee sporen tegen:

 

  • ATEX 153 (voorheen ATEX 137, richtlijn 1999/92/EG): gaat over het veilig werken. Denk aan risicoanalyse, zonering, explosieveiligheidsdocument (EVD), procedures, opleiding en het selecteren van veilige arbeidsmiddelen en PBM. 

  • ATEX 114 (richtlijn 2014/34/EU): gaat over het op de markt brengen van apparatuur en beveiligingssystemen die in explosiegevaarlijke omgevingen gebruikt worden. Dit herken je aan de bekende Ex-markering op apparatuur. 

 

Belangrijk om te beseffen: ATEX 114 ziet vooral op apparatuur. PBM valt onder de PBM-verordening (EU) 2016/425 (met CE-markering en productnormen). PBM moet wél passen binnen het ATEX-veiligheidsconcept en mag geen extra ontstekingsrisico introduceren, bijvoorbeeld door elektrostatische lading of vonkvorming.

Nederlandse verplichtingen voor werkgevers (RI&E, maatregelen, instructie, toezicht) komen uit de Arbowetgeving. 

Wat maakt een omgeving explosiegevaarlijk?

Een explosie kan ontstaan als drie elementen samenkomen: brandbare stof (gas, damp, nevel of stof), zuurstof en een ontstekingsbron. In ATEX-omgevingen is het risico reëel dat een brandbare atmosfeer aanwezig is, soms continu en soms alleen bij afwijkingen of incidenten. Ontstekingsbronnen zijn vaker alledaags dan men denkt: statische elektriciteit, mechanische vonken, hete oppervlakken, elektrische apparatuur, open vuur, maar ook ongeschikte kledingmaterialen of verkeerd gekozen gereedschap.

Zone-indeling: gas en stof

De zone-indeling bepaalt hoe waarschijnlijk het is dat een explosieve atmosfeer voorkomt. Er is een onderscheid tussen gas en stof:

 

  • Gassen en dampen: zone 0 (continu of langdurig), zone 1 (regelmatig), zone 2 (incidenteel en kort).

  • Stof: zone 20 (continu of langdurig), zone 21 (regelmatig), zone 22 (incidenteel en kort).

 

Die indeling is geen papieren exercitie. Ze is leidend voor de keuze van installaties, werkmethoden én welke PBM je inzet. In een stofzone kan bijvoorbeeld zichtbare stofafzetting al betekenen dat je housekeeping en kledingkeuze kritisch moet bekijken om elektrostatische risico’s te beperken.

 

De rol van PBM’s in ATEX-zones

PBM’s zijn in ATEX-zones altijd de laatste schakel in de arbeidshygiënische strategie. Eerst elimineer of verminder je het explosierisico via procesmaatregelen, ventilatie, inertisering, lekdichtheid, bronbeheersing, zonering en Ex apparatuur. PBM blijft echter essentieel om werknemers te beschermen tegen restrisico’s, incidenten en secundaire gevaren zoals brand, hitte, chemicaliën, rondvliegende delen, lawaai en gevaarlijke stoffen.

Een extra aandachtspunt in ATEX: PBM mag geen nieuwe ontstekingsbron worden. Dat betekent dat antistatische eigenschappen, materiaalkeuze, compatibiliteit en juist gebruik minstens zo belangrijk zijn als de beschermingsklasse zelf.



Essentiële PBM’s voor ATEX-zones

Veiligheidshelm en gelaatbescherming

Een veiligheidshelm beschermt tegen impact en stoten, maar in ATEX-zones kijk je ook naar elektrische eigenschappen en compatibiliteit met andere PBM. Kies bij voorkeur een helm die geschikt is voor de risico’s in jouw omgeving, bijvoorbeeld met kinband waar valgevaar of windbelasting speelt en met accessoires die geen vonkvorming of statische opbouw veroorzaken.

Gelaatbescherming kan nodig zijn bij spatten van chemicaliën, drukontlasting, vonken door onderhoudswerk of risico op rondvliegende deeltjes. Stem een gelaatsscherm af op het type risico: chemische spatten vragen andere materialen dan mechanische impact. Let ook op beslaan, zichtveld en de combinatie met ademhalingsbescherming.

Gehoorbescherming in lawaaiige omgevingen

Veel ATEX locaties zijn ook industriële omgevingen met compressoren, ventilatoren, pompen en pneumatiek. Gehoorbescherming voorkómt gehoorschade, maar moet correct gekozen worden op basis van gemeten dB waarden en draagduur. Te hoge demping kan communicatie en alarmherkenning verslechteren. Praktisch advies: werk met een dempingsberekening en kies oordoppen of kappen die veilig communiceren mogelijk maken, eventueel met ATEX geschikte communicatieoplossingen waar dat nodig is.

 

Handschoenen: chemische bescherming én grip

Handschoenen in ATEX-zones moeten passen bij de aanwezige stoffen en werkzaamheden. Chemische bestendigheid is vaak leidend, maar vergeet mechanische risico’s niet: snijden, schuren, perforatie en grip bij olieachtige oppervlakken. Belangrijk is dat je handschoenen selecteert op basis van een stoffenlijst en doorbraaktijden. Een “universele” handschoen bestaat niet. 

Ook hier geldt: voorkom ontstekingsrisico. In sommige situaties is het wenselijk dat handschoenen antistatische eigenschappen hebben of in elk geval geen lading opbouwen. Combineer dit met goede aarding en werkmethoden, zeker bij het omgaan met poeders of oplosmiddelen.

 

Ademhalingsbescherming: FFP, halfgelaatsmasker of perslucht?

Ademhalingsbescherming in ATEX-zones draait niet alleen om stof, maar ook om dampen, nevels, toxische stoffen en mogelijk zuurstofgebrek. FFP maskers zijn geschikt bij deeltjes, maar niet automatisch bij dampen. Voor dampen heb je filters met de juiste gas- en dampklasse nodig, en in situaties met onbekende concentraties of zuurstoftekort is onafhankelijke ademlucht (perslucht) vaak de enige veilige keuze.

Let op: explosieve atmosferen en ademhalingsbescherming raken ook aan materiaaleigenschappen en het voorkomen van vonken. Gebruik alleen systemen die passen bij de locatie-eisen en borg een goede fit test waar nodig. Een slecht passend masker is in de praktijk hetzelfde als géén masker.



Explosieveilige kleding: antistatisch en passend bij het brandrisico

Kleding is in ATEX-zones cruciaal omdat textiel elektrostatische lading kan opbouwen. Antistatische werkkleding helpt die lading gecontroleerd af te voeren en vermindert zo de kans op een ontlading als ontstekingsbron. In veel omgevingen is daarnaast vlamvertragende kleding relevant om letsel te beperken bij een flash fire of warmtestraling.

Let bij de selectie op de juiste normering en op het totaalplaatje: onderkleding, lagenprincipe, pasvorm en onderhoud. Onjuiste wasmiddelen of het gebruik van verkeerde onderlagen kunnen antistatische eigenschappen verminderen. Ook belangrijk: kleding moet volledig gesloten gedragen worden zoals bedoeld, anders neemt de beschermingswaarde af.

 

Schoeisel: ESD, antistatisch en veilig lopen

Veiligheidsschoenen in ATEX-zones moeten niet alleen beschermen tegen impact en penetratie, maar ook bijdragen aan het beheersen van elektrostatische risico’s. Antistatisch schoeisel of ESD schoeisel kan helpen om lading af te voeren, mits de vloer en de totale keten dit ondersteunen. Daarnaast tellen slipweerstand, chemische bestendigheid en comfort zwaar mee, zeker bij lange loopafstanden of natte vloeren.

Praktische valkuil: nieuwe schoenen op een geïsoleerde vloer, gecombineerd met synthetische kledinglagen, kan alsnog tot statische opbouw leiden. Kijk dus altijd naar de volledige situatie en niet naar één producteigenschap.



Welke normen en markeringen zijn relevant voor ATEX en PBM?

ATEX en explosieveiligheid: EN IEC 60079 reeks

Voor explosieveiligheid van elektrische installaties en apparatuur is de EN IEC 60079 reeks een belangrijke basis. EN IEC 60079-0 is de algemene norm voor explosieveilige apparatuur. Voor de werkvloer vertaalt dit zich naar eisen aan het gebruik van Ex apparatuur, inspecties en onderhoud, en het vermijden van niet gecertificeerde hulpmiddelen in de zone.

Praktisch aandachtspunt: normteksten zelf zijn vaak betaald (NEN/IEC), maar de wettelijke kaders die hiernaar verwijzen staan wél publiek. Houd daarom minimaal de officiële richtlijnen bij (ATEX 153/114 via EUR-Lex) en leg in je EVD vast welke normversies je hanteert.

 

Antistatische eigenschappen: EN 1149 en ESD in context

Voor antistatische beschermkleding is EN 1149 een kernnorm. Deze norm gaat over elektrostatische eigenschappen en helpt bij het beperken van vonkontladingen. Belangrijk: antistatische kleding is slechts één maatregel. Aarding, vloer, schoeisel, luchtvochtigheid en werkmethoden bepalen samen of je daadwerkelijk statische risico’s beheerst.

 

CE-markering: verplicht, maar niet het hele verhaal

PBM moet voorzien zijn van CE-markering en voldoen aan de relevante productnormen binnen de PBM-verordening. CE-markering is een minimale voorwaarde: het zegt dat het product aan Europese eisen voldoet, maar niet automatisch dat het geschikt is voor jouw specifieke ATEX zone, stoffen en werkproces. Daarom blijft een taak-risicoanalyse en een juiste PBM-selectie essentieel.

 

Zone 0/1/2 en 20/21/22: wat betekent dat voor PBM?

De zone bepaalt hoe streng je moet zijn in het voorkomen van ontstekingsbronnen en in de controle op materiaalgebruik. In zone 0 en 20 is de kans op aanwezigheid van een explosieve atmosfeer continu of langdurig. Daar is tolerantie voor fouten minimaal en moeten maatregelen robuust zijn. In zone 2 en 22 komt de explosieve atmosfeer normaal gesproken niet voor, of slechts kort. Dat betekent niet dat je minder zorgvuldig mag zijn, wel dat je maatregelen vaak meer op incidenten en afwijkingen gericht zijn. 

Vertaling naar PBM: in zwaardere zones wil je doorgaans strikter sturen op antistatische kleding, gecontroleerde keten van schoeisel en vloer, geen niet-passende materialen en striktere procedures rond het meenemen van persoonlijke items zoals telefoons of accessoires.

 

Werken met ATEX PBM’s: waar moet je op letten?

Start bij het explosieveiligheidsdocument en de taak-risicoanalyse

Een PBM-lijst “voor de site” is vaak te generiek. Goede selectie begint bij het explosieveiligheidsdocument, de zonering, de stoffen en de concrete werkzaamheden. Onderhoud in een pompkelder vraagt andere middelen dan monstername bij een tankpark of het vullen van big bags in een stofzone. 

Engagement-tip (praktisch): maak per kerntaak een 1-pager “PBM + Ex-gedrag” en koppel die aan je werkvergunningen. Dat helpt contractors en eigen medewerkers om in één oogopslag te weten wat wel/niet mag.

 

Opleiding, instructie en draagdiscipline

In ATEX-omgevingen is draagdiscipline geen detail. Een rits open, een niet gesloten manchette of een onjuist bevestigd filter kan het verschil maken. Train medewerkers op waarom regels bestaan, niet alleen op wat de regels zijn. Combineer dit met duidelijke werkinstructies en toezicht, zeker bij contractors en tijdelijk personeel.

 

Inspectie, onderhoud en levensduur

PBM slijt. Elastieken veritsen, filters verzadigen, antistatische eigenschappen nemen af door verkeerde reiniging en vizieren krassen. Leg vast hoe vaak je inspecteert, hoe je registreert en wanneer je vervangt. Maak het praktisch: checklists bij uitgiftepunten en eenvoudige criteria voor afkeur helpen meer dan een procedure die niemand gebruikt.

 

Compatibiliteit: PBM als systeem

De combinatie van helm, bril, gehoorbescherming en masker moet comfortabel én dichtend zijn. Een halfgelaatsmasker dat tegen een veiligheidsbril drukt kan lekkage veroorzaken. Een gehoorkap kan de helm onstabiel maken. Test combinaties in de praktijk en kies bij voorkeur producten die als set goed samenwerken.

 

Veelgemaakte fouten bij werken in ATEX-zones

  • Alleen naar CE-markering kijken en niet naar taak, stof en zone. CE is noodzakelijk, maar onvoldoende als selectiecriterium.

  • Antistatisch verwarren met vlamvertragend. Antistatisch gaat over elektrostatische ontlading, vlamvertragend over brand en warmtedoorgang. Vaak heb je beide nodig, maar ze zijn niet hetzelfde.

  • Onjuiste lagen onder antistatische kleding. Synthetische onderkleding kan statische opbouw verhogen of eigenschappen beïnvloeden.

  • Geen aandacht voor housekeeping in stofzones. Stofafzetting is brandstof en kan explosierisico vergroten.

  • Geen fit test of gebruiksinstructie bij ademhalingsbescherming. Een masker dat niet goed aansluit, beschermt niet.

  • Persoonlijke items meenemen zoals niet Ex-gecertificeerde elektronica, metalen accessoires of materialen die kunnen vonken.



Wanneer zijn PBM’s verplicht in ATEX-zones?

PBM is verplicht zodra risico’s niet voldoende weg te nemen zijn met bronmaatregelen of collectieve maatregelen. In ATEX-zones is de werkgever verplicht om risico’s te inventariseren en passende maatregelen te treffen. Als PBM nodig is, moet de werkgever deze kosteloos beschikbaar stellen, zorgen voor instructie en toezien op correct gebruik. Dit geldt ook voor inleen en aannemers: de opdrachtgever moet borgen dat de eisen op locatie duidelijk zijn en worden nageleefd.

 

Wat controleert de Nederlandse Arbeidsinspectie in de praktijk?

De Arbeidsinspectie kijkt doorgaans naar de samenhang tussen beleid, documentatie en uitvoering. Denk aan:

  • Is er een actuele RI&E en, waar vereist, een explosieveiligheidsdocument met zonering en maatregelen?

  • Zijn PBM’s passend bij de risico’s en zijn ze beschikbaar op de werkplek?

  • Is er aantoonbare voorlichting en instructie, inclusief toezicht?

  • Worden PBM’s onderhouden, tijdig vervangen en correct opgeslagen?

  • Sluiten werkvergunningen, procedures en feitelijk gedrag op de werkvloer op elkaar aan?

Nieuwe EN- en ISO-normen: wat is er veranderd en wat moet je bijhouden?

Normen en interpretaties ontwikkelen door. Dat betekent niet dat je elk jaar je volledige PBM-pakket moet vervangen, maar wel dat je periodiek controleert of jouw selectie nog aansluit bij de stand van de techniek en de actuele productnormen. Zeker bij ademhalingsbescherming, chemische handschoenen en vlamvertragende en antistatische kleding zien we regelmatig updates in testmethoden en classificaties. Neem dit mee in je inkoopbeleid, audits en toolboxen, en zorg dat leveranciers actuele conformiteitsinformatie kunnen leveren.

 

Explosieveilig werken is systeemdenken

Veilig werken in ATEX-zones vraagt om een sluitend systeem: juiste zonering, beheersing van ontstekingsbronnen, passende Ex-apparatuur, goede werkprocedures én PBM die de restrisico’s afdekt zonder zelf een ontstekingsbron te worden. Wie PBM selecteert op basis van taak en zone, medewerkers goed instrueert, combinaties test en onderhoud borgt, verlaagt de kans op incidenten aanzienlijk en werkt aantoonbaar volgens de bedoeling van de regelgeving.

Wil je jouw PBM-set en werkwijzen laten toetsen op zone, stoffen en werkzaamheden? Verzamel dan vooraf (1) de zoneringstekening, (2) de stoffenlijst/SDS’en, (3) de taakbeschrijvingen (incl. onderhoud/cleaning) en (4) je huidige PBM-specificaties. 

 

All Safety

Onze dagelijkse missie is het mede zorgdragen voor een veilige werkomgeving voor u en uw medewerkers. All Safety biedt een compleet pakket aan ondersteuning, om dit doel samen met onze opdrachtgevers te bereiken.
© 2026

Hulp nodig?

Neem contact op met onze klantenservice. Wij beantwoorden op werkdagen binnen 4 uur.

Het laatste nieuws van All Safety?

Meld je aan voor de nieuwsbrief of via social media.